Bewegen

Bewegen is een plezier  

Waarom is (spelenderwijs) bewegen belangrijk?
Door vroeg te investeren in bewegen, leg je de basis voor een actief leven. Kinderen ervaren zo van jongs af aan dat bewegen leuk is. En dat werkt door totdat ze volwassen zijn. Het stimuleren van bewegen voor 0-4 jarigen is belangrijk voor:

  • het aanleren van persoonlijke, sociale en emotionele vaardigheden
  • de bot- en spierontwikkeling
  • de ontwikkeling van motorische vaardigheden
  • de cognitie: taalontwikkeling, concentratie en zelfregulering
  • de ontwikkeling van de hersenen wat bijdraagt aan creativiteit, het probleemoplossend vermogen en het geheugen
  • de preventie van overgewicht
  • voldoende slaap

Bij Minerva kids vinden wij het belangrijk om hier tijd in te investeren. Als kinderopvangorganisatie hebben wij een voorbeeldfunctie als het gaat om gezondheid.
Elke ochtend doen wij met alle kinderen ochtendgym, hierbij gaan de kinderen dansen op verschillende liedjes. Ook de baby’s worden hierbij betrokken, ze mogen zelf kruipen langst de andere kinderen of de leidsters houden ze vast en dansen zo samen met de baby.  Wij gaan ook elke dag buiten spelen, mits het weer mee zit, al zijn wij van een beetje regen niet vies. Hier gaan wij rennen, doen we spelletjes en gaan we fietsen. Maandelijks hebben wij een ander thema. In dit thema zitten ook altijd beweegactiviteiten. Zo gaan we klimmen, springen, rollen. Deze activiteiten  kunnen ouders terug vinden op deactiviteitenplanning. Ook doen wij regelmatig yoga met de kinderen, dit om een rustmoment te creëren en het balans te stimuleren.  Bewegen blijft een plezier!                                                                                                            

Spel en ontwikkeling bij baby’s

 

 

 

Spel is dé manier voor kinderen om te leren en zich te ontwikkelen. Kinderen leren het beste door ‘vrij’ te spelen, maar hoe help je een kind om tot vrij spel te komen? En vanaf welke leeftijd kan dat? Vanaf heel jong: baby’s kun je al helpen om tot vrij spel te komen. Ik beschrijf hieronder hoe.

Elk kind komt tot spel, als alle andere behoeften zijn vervuld. Voor een jonge baby zijn dat voeden, verschonen, voldoende slapen, maar ook heel belangrijk: de behoefte aan liefdevolle verzorging.

Wees niet te snel bij alle verzorgende handelingen die je bij een jonge baby (en uiteraard bij alle kinderen) doet. Een jonge baby heeft  namelijk tijd nodig om alle aanrakingen en bewegingen te kunnen verwerken en de verzorging is een moment van één op één aandacht. Oogcontact en taal zijn daarbij heel belangrijk; kijk de baby aan en vertel wat je doet.

Zodra je het kindje daarna in de box of op de grond legt en je hem de tijd geeft om tot spel te komen, zie je dat dat ook echt gebeurt. Houd er wel rekening mee dat een jonge baby nog niet lang kan spelen. Alles wat er om hem heen gebeurt, zijn enorme prikkels die verwerkt moeten worden. Dus laat een baby niet te lang alleen spelen, maar zorg voor voldoende rust, zodat hij niet overprikkeld raakt. Als een baby zijn hoofd wegdraait, is dat een teken dat hij moe is.

De keuze van materiaal om mee te spelen is enorm en we zijn geneigd om materiaal aan te bieden dat er voor ons volwassenen interessant uitziet. Voor jonge kinderen en ook voor baby’s zijn normale gebruiksvoorwerpen juist de mooiste en interessantste materialen om mee te spelen. Denk eens aan doekjes, bakjes of bekertjes. Materiaal dat je kan vasthouden, aan alle kanten kan bekijken en  dat in je mond kan.

Een mobile of een baby gym in de box lijken heel leuk, maar voor jonge baby’s (onder de 3 maanden) zijn ze vooral intens. Ze kunnen er namelijk niks mee, behalve er naar kijken.

Een baby moet het materiaal vast kunnen pakken, het in zijn mond kunnen stoppen om het op die manier optimaal te kunnen ontdekken. Voor baby’s is elke keer als ze een speeltje of gebruiksvoorwerp vast hebben een onderzoeksmoment. Geef ze daar de tijd voor. Als ze erop uitgekeken zijn, laten ze het vanzelf wel los en gaan ze op zoek naar iets anders.

Stel je eens voor dat er een langere tijd iets voor je hoofd hangt, waar je niet bij kan. Het belemmert je gezichtsveld en je hebt geen idee wat het is. Daar word je onrustig van. Als er een muziekje uit kan komen, zetten we dat er ook nog vaak bij aan. Dat werkt helaas ook averechts, het is beter dat een kind kan bevatten waar eventueel geluid vandaan komt.

Een rammelaar bijvoorbeeld, waarbij duidelijk is dat het geluid van het belletje daar uit komt, is stimulerend materiaal. Je schudt, het belletje gaat heen en weer en je hoort geluid. Dat helpt verbanden leggen: vastpakken, schudden, geluid.

De box is een fijne en veilige plek waar je jonge baby’s in kunt leggen om te spelen. Leg de baby altijd op de rug, zorg voor goed zittende kleding. Liever een extra vestje aan dan een dik kleed onder de baby, want zo krijgen ze de kans om te ervaren wat hun ondergrond is.

Als ze voelen dat de grond onder hen hard is, passen baby’s en kinderen hun bewegingen hierop aan. Leg een baby, zodra hij gaat rollen, dan ook zo nu en dan op de grond. En haal dan niet alle obstakels weg, maar laat ze er kennis mee maken. Een aantal keren zijn hoofd tegen de stoelpoot aanstoten, zorgt ervoor dat de baby begrijpt dat daar een stoel staat. Het begin van ruimtelijk inzicht.

De kern is eigenlijk dat we kinderen de kans moeten geven om door vrij spel te ontdekken en te leren. Als we ze telkens de kans ontnemen door altijd samen te spelen, of door kant en klaar of te ingewikkeld speelgoed aan te bieden, maken we het kind juist afhankelijk van ons en kan hij niet meer zelf tot spel komen.

 

 

 

Gebarentaal

Bij Minerva Kids ondersteunen we de gesproken taal doormiddel van gebaren.

Jonge kinderen leren de Nederlandse taal door communicatie en interactie met hun ouders. Ze leren dit door de taal te horen, niet in één keer, maar in kleine stapjes. Ook wanneer het gehoor goed is ontwikkeld, kunnen kinderen toch moeite hebben om taal van hun ouders over te nemen. Ondersteunende gebaren kunnen dan helpen om de taal stimuleren.

Waarom gebaren met het jonge kind?

* Kinderen zijn visueel vaak erg sterk, veel sterker dan auditief. Met andere woorden; dat wat kinderen zien, leren ze makkelijker dan wat ze horen. Ondersteunende gebaren maakt de auditief aangeboden taal visueel.

* Als je gesproken taal ondersteunt met gebaren, ga je automatisch langzamer en met meer nadruk praten. Dit maakt het voor het kind makkelijker om de taal te leren.

* Bepaalde woordsoorten die het kind moeilijk vindt, kun je nadruk geven. Bijvoorbeeld werkwoorden zoals eten en lopen ; of voorzetsels zoals in en uit.

* Als kinderen zich niet of moeilijk kunnen uiten, kunnen ze gefrustreerd raken en zelfs driftbuien krijgen. Een gebaar maken is vaak makkelijker voor een kind, wat een stukje frustratie weg kan nemen.

Voorbeeld;

Wanneer je een kind wil vertellen dat het tijd is om te gaan drinken, kun je het woord drinken zeggen,  het gebaar van drinken maken en hem de( tuit)beker laten zien.

Ook tijdens de peuterleeftijd is het regelmatig lastig te begrijpen wat je kind zegt. Gebaar ondersteuning kan hierbij helpen.

 

Voorbeeld:

Een kind van bijna 2 jaar blijft tijdens het buitenspelen met haar jas achter het zadel van een driewieler hangen. Zij kijkt met vragende ogen naar de pedagogisch medewerker en zegt: “eppe” en maakt daarna het gebaar van helpen. De pedagogisch medewerker weet precies wat B. bedoelt en schiet haar meteen te hulp.

Omdat B. het gebaar wist te maken, is onnodige frustratie achterwege gebleven.

 

 

 

Structuur en dagritme

Minerva Kids biedt kinderen structuur en dagritme.

Minerva Kids biedt kinderen structuur en dagritme.

Minerva Kids biedt kinderen structuur en dagritme. Een kind hecht zich aan een pedagogisch medewerker, zoekt steun en veiligheid. Het is dan ook van belang dat herhaaldelijke contacten met dezelfde persoon mogelijk zijn. Wij werken daarom voor het kind met vaste stamgroepen en stamleidsters. Ook voor de ouders is dit prettig.

Door een duidelijk dagritme hebben de kinderen houvast. Als team vinden wij het belangrijk om afspraken te maken met elkaar hoe om te gaan per kind. Wij vinden het belangrijk om de vertrouwde ritmes en handelingspatronen met de ouders te bespreken.

Ouders hebben natuurlijk zelf ook vaak al heel veel handelingspatronen die wij kunnen toepassen. De handelingspatronen van ouders noteren wij op het kind formulier en de mentor van het kind beheert de eventuele wijzigingen en aanvullingen. Samenwerking met de ouders en het up to date houden van de gewoontes en gebruiken van het kind, ondersteunt kinderen. Het biedt hun veiligheid en voorspelbaarheid en stimuleert op deze manier ook de hechting.

Het dagritme voor de baby’s wordt bepaald door de ouders en uiteraard, door de baby zelf. We streven ernaar om het dagritme van thuis zoveel mogelijk aan te houden. Bij de intake wordt daarom ook al het eet/slaapschema besproken en ingevuld. Als er veranderingen in dit schema optreden, kunnen ouders dit doorgeven door middel van het Minerva Kids ‘heen en weer’ schriftje of in de mondelinge overdracht aan het begin van de dag.

Het oudere kind bieden wij een vast en duidelijk dagritme. Dit doen wij om de kinderen voorspelbaarheid en dus veiligheid te bieden. Het is een dagritme waar rustige en drukkere momenten elkaar afwisselen. Waar groepsgerichte aandacht overgaat in knusse individuele één op één momenten. En waar elke dag zowel binnen, als buiten gespeeld wordt.

Uiteraard blijven wij kijken naar de kinderen en blijven wij dus ook inspelen op de situatie, sfeer en behoefte van de kinderen. Er blijft ruimte om incidenteel af te wijken van het dagritme, maar we doen dit bewust en altijd met een duidelijke pedagogische reden.

De dagstructuur is richtinggevend, uiteraard houden we gedurende de dag rekening met de individuele behoeften van de kinderen. Wanneer een kind moe is, of geen zin heeft in de centraal aangeboden activiteit dan hebben we daar aandacht voor. We proberen het kind te stimuleren, maar wanneer het kind echt geen zin heeft, wordt er een alternatief aangeboden. We maken het dagritme in de groep zichtbaar door duidelijke, eenvoudige foto’s die de onderdelen van de dagritme in beeld brengen en herkenbaar zijn voor de kinderen. Tussen de activiteiten door zijn er allerlei overgangsmomenten (rituelen). Dit zijn momenten die de ene activiteit afronden en het andere moment aankondigen. Het geeft het kind duidelijkheid en houvast gedurende de dag. Dit kan een liedje zijn tijdens het opruimen of de grote slinger die ze maken om samen naar de wc te gaan. Ook deze momenten omvatten leerzame en leuke elementen. Naast het dagritme is de inrichting en voorspelbaarheid in de omgeving van groot belang in het gevoel van veiligheid bij kinderen. Daarom houden wij de indeling van de ruimte eenduidig en schuiven we niet maandelijks met het meubilair.